I de barok

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ba'rɔk]

kunststijl die wil imponeren met dramatische effecten, vooral uit de zeventiende en begin achttiende eeuw
Voorbeelden:  `De barok in het noorden van Europa is minder druk dan die in het zuiden.`,
`Niet iedereen houdt van barok.`


II barok

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ba'rɔk]

1) in de stijl van of behorend bij de barok (1) kunst
Voorbeelden:  `barokke krullen`,
`een barokke kunstenaar`

2) bedoeld om indruk te maken
Voorbeeld:  `barok taalgebruik`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bloemrijk

18 definities op Encyclo
  1. met rijke, overdadige versieringen vb: die school is een barok bouwwerk Tegenstelling: sober
  2. een bouwstijl en fase in de architectuur.
  3. De Barok wordt in Amsterdam toegepast in de 18de eeuw. De Classicistische Barok in de 17de eeuw kan in sommige opzichten als anti-Barok worden opgevat; pas in de 18de eeu...
  4. De term barok (waarschijnlijk afgeleid van het Portugese woord ‘barroca’: parel van onregelmatige vorm) wordt zowel voor een stijl als voor een periode gehant...
  5. Verwijst naar een stijl en periode in de architectuur, beeldende kunst, muziek en literatuur in West-Europa en Amerika van circa 1590 tot 1750. De stijl kenmerkt zich doo...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
barok (grillig gevormd , stijlperiode)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `barok`.