bankkluis

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  bankkluizen
Verbuigingen:  bankkluisje

(deel van een) brandkast in een bankgebouw
Voorbeelden:  `- Het is een grote bankkluis, met een dikke deur, in de kelder van Paisley Park. `,
`- In een koffiehuis is een oude bankkluis omgebouwd tot een werkruimte met een Hemingway-thema, op straat zie ik een fotomozaïek van dat iconische gezicht met de volle, grijze kapiteinsbaard. `


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Geldbewaarplaats
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `bankkluis`.