de bankier

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bɑŋˈkir]
Verbuigingen:  bankier|s (meerv.)

beroep van bestuurder of eigenaar van een bank (2)
Voorbeelden:  `Zwitserse bankiers`,
`bankiersbonus`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bank bankdirecteur bankhouder

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 banquier, Fr., wisselaar, geldhandelaar, bankhouder in de hazardspelen
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), die zich met wisselzaken en -handel (vooral naar het buitenland) bezig houdt; speelbankhouder; die gelden voor een ander behee...
  3. • [beroep] iemand die financiële diensten verleent.
  4. 1) Bank 2) Bankdirecteur 3) Bankhouder 4) Beroep 5) Eigenaar van een bank 6) Financier 7) Geldbeheerder 8) Geldhandelaar 9) Geldschieter 10) Iemand die met geld geld verd...
  5. hoofd van bank, geldhandelaar Jaar van herkomst: 1451-1454 (HWS )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bankier:
bankierdebankierdenbankierenbankiersbankierseedbankiert

Deze woorden eindigen op bankier:
zakenbankier

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bankier (hoofd van een bank)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `bankier` kennen.