de autobestuurder
zelfst.naamw. (m.)
de autobestuur|ster
zelfst.naamw.
| Uitspraak: | ['ɑutobəstyr|stər] |
| Afbreekpatroon: | au·to·be·stuur·der |
| Verbuigingen: | autobestuursters (meerv.) |
iemand die een auto bestuurt | Synoniemen: | automobilist, automobiliste |
1 definitie op Encyclo
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de autobestuurder' of 'het autobestuurder'?
Het is 'de autobestuurder', want autobestuurder is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die autobestuurder'.
Wat is het meervoud van autobestuurder?
Het meervoud van autobestuurder is 'autobestuurders'. Eén autobestuurder, twee autobestuurders.
Wat betekent autobestuur|ster?
'iemand die een auto bestuurt'
Hoe spel je autobestuur|ster?
autobestuur|ster spel je A U T O B E S T U U R Hoofdletter-| S T E R Op andere websites
Zoek autobestuurder in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek autobestuurder op
Google
Zoek autobestuurder op
Woordenlijst.org
Zoek autobestuurder in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek autobestuurder op
Wikipedia