de auditor

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  auditoren<br>auditors

1) toehoorder, iemand die lessen volgt maar geen examen aflegt

2) uitvoerende van een audit, een controleur van een bedrijf zoals een accountant etc.


Bron: WikiWoordenboek.

6 definities op Encyclo
  1. Auditor is een medewerker van de afdeling boekhouding. Ook wel: head auditor.
  2. toehoorder Jaar van herkomst: 1650 (WNT wissewasje )
  3. Def.: een persoon die een vorm van controle uitvoert op een model studie. Toelichting: Het onderzoek kan meer of minder uitgebreid zijn afhankelijk van de vereisten voor ...
  4. 1) Controlerend accountant 2) Leerling 3) Rooms-katholieke rechter van instructie 4) Toehoorder
  5. Medewerker van de afdeling boekhouding, bijv. in een hotel. Ook wel: head auditor
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met auditor:
auditorenauditoriaauditoriumauditoriumsauditors

Herkomst volgens etymologiebank.nl
auditor (toehoorder)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 93% van de Vlamingen het woord `auditor`.