I associëren

werkw.
Uitspraak:  [ɑso'ʃerə(n)]
Afbreekpatroon:  as·so·cië·ren
Vervoegingen:  associeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geassocieerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

de ene gedachte met de andere verbinden
Voorbeelden:  `muizen associëren met kaas`,
`Die supermarktketen wil niet dat mensen het merk associëren met 'duur'.`


II zich associëren

reflexief werkw.
Uitspraak:  [ɑso'ʃerə(n)]
Afbreekpatroon:  as·so·cië·ren
Vervoegingen:  associeerde zich (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft zich geassocieerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

zich verbinden (met een andere instelling)
Voorbeeld:  `Het kleine advocatenkantoor associeert zich met een groter kantoor om de kosten te verlagen.`


8 definities op Encyclo
  • In verband brengen met
  • samen een bedrijf gaan uitoefenen vb: die twee advocaten zijn kortgeleden geassocieerd in de geest verbinden, samenvoegen vb: als ik een politicus zie, associeer ik dat met hard werken
  • 1) Een verbintenis aangaan 2) Samenvoegen 3) Koppelen 4) Samengaan
  • 1) Gedachten aaneenrijgen
  • In verband brengen met
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
associëren ( zich verenigen)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van associëren?
De verleden tijd van associëren is 'associeerde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft geassocieerd'.
Wat betekent associëren?
'de ene gedachte met de andere verbinden'
Hoe spel je associëren?
associëren spel je A S S O C I E-umlaut R E N

Op andere websites
Zoek associëren in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek associëren op Google
Zoek associëren op Woordenlijst.org
Zoek associëren in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek associëren op Wikipedia