de appelboom
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | ['ɑpəlbom] |
| Afbreekpatroon: | ap·pel·boom |
| Verbuigingen: | appelbomen (meerv.) |
boom waaraan appels (1) groeien | Voorbeeld: | `boomgaard met appel- en perenbomen` | |
4 definities op Encyclo
- •boom waaraan appels groeien.
- 1) Fruitboom 2) Appelaar 3) Fruitdragend gewas 4) Boom 5) Vruchtboom
- boom uit de rozenfamilie waaraan appels groeien; appelaar; appel
- Genus van 30 tot 50 soorten kleine bladverliezende bomen of struiken, waarvan vele soorten (vlezige) pitvruchten voortbrengen waarin het gerijpte vruchtbeginsel en het omringende weefsel zowel vlezig als eetbaar worden. Appelbomen zijn inheems in de regio's rond de Kaspische Zee en de Zwarte Zee. Ze werden do...
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden beginnen met appelboom:
•
appelboomgaardHerkomst volgens etymologiebank.nl
appelboomVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de appelboom' of 'het appelboom'?
Het is 'de appelboom', want appelboom is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die appelboom'.
Wat is het meervoud van appelboom?
Het meervoud van appelboom is 'appelbomen'. Eén appelboom, twee appelbomen.
Wat betekent appelboom?
'boom waaraan appels groeien'
Hoe spel je appelboom?
appelboom spel je A P P E L B O O M Op andere websites
Zoek appelboom in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek appelboom op
Google
Zoek appelboom op
Woordenlijst.org
Zoek appelboom in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek appelboom op
Wikipedia