appeasen

werkw.
Afbreekpatroon:  ap - 'pea- sen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  appeasede/ appeasete (verl.tijd )
Vervoegingen:  geappeased/ geappeaset (volt.deelw.)

de situatie kalmeren;
met vleien confrontaties vermijden
algemeen
Voorbeeld:  `Met extra subsidie wilde de politicus de gevolgen van een nieuwe wet appeasen. `