afwentelen op

werkw.
Uitspraak:  ['ɑfwɛntələ(n) ɔp]
Vervoegingen:  wentelde af op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgewenteld op (volt.deelw.)

(aan iemand anders) overdragen
Voorbeeld:  `schulden van de overheid afwentelen op de burgers`
Synoniem:  afschuiven op

© Kernerman Dictionaries.