afstammen van

werkw.
Uitspraak:  ['ɑfstɑmə(n) vɑn]
Vervoegingen:  stamde af van (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is afgestamd van (volt.deelw.)

1) zich ontwikkeld hebben uit
Voorbeeld:  `Veel mensen denken dat de mens afstamt van de aap.`
Synoniem:  zijn oorsprong hebben in

2) behoren tot het nageslacht (van iemand)
Voorbeeld:  `Iedereen die afstamt van de persoon op de foto wordt verzocht zich te melden bij de politie.`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. [Nederlands] zijn oorsprong ontlenen aan
Toon uitgebreidere definities