zich afsluiten voor

reflexief werkw.
Uitspraak:  ɑfslœytə(n) vor]
Vervoegingen:  sloot zich af voor (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft zich afgesloten voor (volt.deelw.)

niet tot jezelf toelaten
Voorbeelden:  `je afsluiten voor omgevingslawaai`,
`zich afsluiten voor contacten met anderen`
Antoniem:  openstellen voor

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
zich openstellen voor (antoniem)