de afscheidsrede

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['ɑfsxɛitsredə]
Verbuigingen:  afscheidsrede|s (meerv.)

toespraak bij een afscheid, vooral als je stopt met je baan
Voorbeelden:  `de afscheidsrede van een hoogleraar of van een politicus`,
`een afscheidsrede bij een begrafenis`

© Kernerman Dictionaries.