afschakelen

werkw.
Verbuigingen:  schakelde af
Verbuigingen:  afgeschakeld

1) ''overdrachtelijk'' buitenspel zetten

2) loskoppelen van het elektriciteitsnet, andere stroombron, het internet e.d.
Voorbeeld:  `De machine werd uit voorzorg afgeschakeld alvorens reparaties uit te voeren.`


Bron: WikiWoordenboek.

Herkomst volgens etymologiebank.nl
afschakelen