de aflossing

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['ɑflɔsɪŋ]
Verbuigingen:  aflossing|en (meerv.)

1) periodiek te betalen bedrag voor een lening
Voorbeeld:  `De hoogte van de aflossing bedraagt 500 euro per maand.`

2) actie dat werk wordt overgenomen
Voorbeeld:  `de aflossing van de wacht bij het paleis`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aflossingsbedrag

Spreekwoorden en zegswijzen
• een aflossing van de wacht. (=een vervanging van de ene persoon door een andere.)
Naar de spreekwoorden

12 definities op Encyclo
  1. Terugbetaling van de hypotheekschuld, geheel of in delen. Ook gebruikt om één aflossingstermijn aan te duiden.
  2. Hypotheekbegrip: Geleend geld moet worden terugbetaald.
  3. Een terugbetaling van geleend geld ineens of in termijnen.
  4. Uitgelote of om andere redenen betaalbaar gestelde obligatie.
  5. het vervangen van iemand vb: de aflossing van de voorzitter was een feit het (terug)betalen van een schuld vb: de aflossing bij deze hypotheek is 500 euro per maand
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met aflossing:
aflossingen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `aflossing` kennen.