afleren

werkw.
Uitspraak:  ɑflerə(n)]
Vervoegingen:  leerde af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgeleerd (volt.deelw.)

zorgen dat (een slechte gewoonte) bij jezelf of bij een ander ophoudt
Voorbeelden:  `Managers moeten afleren dat ze hun medewerkers onvoldoende vertrouwen geven.`,
`een kind het duimzuigen afleren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afwennen ontwennen

3 definities op Encyclo
  • zorgen dat je een gewoonte niet meer hebt vb: mijn broer heeft het stotteren afgeleerd door gebrek aan oefening vergeten vb: Jimmy is zijn moedertaal inmiddels afgeleerd ...
  • • [ov] leren iets niet langer te doen of een fout in het geleerde te verbeteren.
  • 1) Afwennen 2) Gewoonte opgeven 3) Leren na te laten 4) Ontwennen 5) Verleren
  • Toon uitgebreidere definities