afkorten

werkw.
Uitspraak:  ['ɑfkɔrtə(n)]
Vervoegingen:  kortte af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgekort (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (een volledige vorm) korter maken
Voorbeelden:  `'Mevrouw' wordt afgekort tot mw.`,
`Leids Universitair Medisch centrum wordt afgekort als LUMC.`
Synoniem:  inkorten

2) een stuk afzagen of afsnijden van (iets)
Voorbeelden:  `laminaat afkorten`,
`afkortzaagmachine`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
abbreviëren

3 definities op Encyclo
  1. [ bouwkundige termen] Het in de dwarsrichting, dwars op de vezelrichting, doorzagen van hout. Het in de langsrichting doorzagen van hout wordt schulpen genoemd.
  2. • [ov] [taalkunde] kortere versies voor veelgebruikte woorden of woordgroepen bedenken (+audio)
  3. 1) Abbreviëren 2) Aftippen 3) Bekorten 4) Kleiner maken 5) Ten dele schrijven 6) Verkort schrijven
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `afkorten`.