afknappen op

werkw.
Uitspraak:  ɑfknɑpə(n) ɔp]
Vervoegingen:  knapte af op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is afgeknapt op (volt.deelw.)

helemaal teleurgesteld raken door
Voorbeeld:  `Door dat onbeschofte gedrag ben ik helemaal afgeknapt op die vent.`

© Kernerman Dictionaries.