afhandig

bijv.naamw.

1) uit iemands bezit gebracht
Voorbeeld:  `Samen met burgemeester Cornelis van Marken, ook al iemand met een verleden als oplichter, had hij een weduwe via slinkse wegen geld afhandig gemaakt.`

2) uit de hand gepakt
Voorbeeld:  `Hij was nog niet uitgesproken of hij probeerde Walewein met de stok te slaan, maar Walewein wist hem die afhandig te maken.`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Uit de hand gepakt 2) Uit de handen gepakt
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
afhandig (ontnomen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `afhandig`.