afdokken

werkw.
Uitspraak:  ['ɑvdɔkə(n)]
Vervoegingen:  dokte af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgedokt (volt.deelw.)

betalen informeel
Voorbeeld:  `duizend euro moeten afdokken wegens vernieling`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. [Belgisch Nederlands] (informeel) betalen, dokken
  2. 1) Afdoppen 2) Aflangen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
afdokken

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 66% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `afdokken`.