achterhand

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  achterhanden
Verbuigingen:  achterhandje

1) het gedeelte van een hand bij de pols

2) een achterwaartse slag met bijv. een tennisracket
Voorbeeld:  `Zijn slagen met de achterhand zijn niet zo goed als die met de voorhand.`

3) het achterste gedeelte van een paard
Voorbeeld:  `De achterhand van een rijpaard bevindt zich achter de handen van de ruiter.`


Bron: WikiWoordenboek.

5 definities op Encyclo
  1. De achterbenen en de bekkengordel.
  2. Bekkengordel en achterbenen.
  3. de achterbenen en de bekkengordel
  4. Achterste derde deel van het lichaam; bekken en achterbenen samen (z.o. voorhand, middenhand)..
  5. dat deel van het paardenlijf achter het zadel
Toon uitgebreidere definities