aarts-
1) (als eerste lid in persoonsnamen die een functie betreffen) eerste, voornaamste, hoogste | Voorbeeld: | `aartsbisschop, aartsengel, aartsmoeder, aartsvader` | |
2) (als eerste lid in persoonsnamen die een eigenschap aanduiden (vaak negatief)) in de hoogste graad | Voorbeeld: | `aartsrivaal, aartsluiaard, aartsdomkop` | |
3) (als eerste lid in een bijvoeglijk naamwoord, afgeleid van een bijvoeglijk naamwoord met neg. betekenis) hoogst, zeer | Voorbeeld: | `aartslelijk, aartslui, aartsconservatief` | |
Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent aarts-?
'(als eerste lid in persoonsnamen die een functie betreffen) eerste, voornaamste, hoogste' en '(als eerste lid in persoonsnamen die een eigenschap aanduiden (vaak negatief)) in de hoogste graad' en '(als eerste lid in een bijvoeglijk naamwoord, afgeleid van een bijvoeglijk naamwoord met neg. betekenis) hoogst, zeer'
Hoe spel je aarts-?
aarts- spel je A A R T S Streepje Op andere websites
Zoek aarts- in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek aarts- op
Google
Zoek aarts- op
Woordenlijst.org
Zoek aarts- in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek aarts- op
Wikipedia