aanpraten

werkw.
Uitspraak:  ['anpratə(n)]
Afbreekpatroon:  aan·pra·ten
Vervoegingen:  praatte aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangepraat (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

door overtuigend praten iemand iets laten kopen of geloven
Voorbeeld:  `Ik heb me deze dure computer laten aanpraten.`


Synoniemen
aansmeren   opdringen   wijsmaken   

2 definities op Encyclo
  • 1) Doen geloven 2) Manier van verkopen 3) Aanlijmen 4) Opdringen 5) Aanraden 6) Aansmeren 7) Recommanderen 8) Wijsmaken 9) Inprenten
  • Aanpraten is het mooier laten lijken dan dat iets is, meestal als doel dat iemand iets koopt. ( De verkoper praatte de man een auto aan. ) [basiswoordenlijst groep 7]
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van aanpraten?
De verleden tijd van aanpraten is 'praatte aan'. Het voltooid deelwoord is 'heeft aangepraat'.
Wat betekent aanpraten?
'door overtuigend praten iemand iets laten kopen of geloven'
Hoe spel je aanpraten?
aanpraten spel je A A N P R A T E N
Wat is een ander woord voor aanpraten?
Andere woorden voor aanpraten zijn aansmeren, opdringen en wijsmaken.

Op andere websites
Zoek aanpraten in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek aanpraten op Google
Zoek aanpraten op Woordenlijst.org
Zoek aanpraten in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek aanpraten op Wikipedia