aaneenhangen

werkw.
Verbuigingen:  hing aaneen
Verbuigingen:  aaneengehangen

losjes aan elkaar hangen, vooral figuurlijk
Voorbeeld:  `Het wielrennen hangt aaneen van de mythische verhalen.`


Bron: WikiWoordenboek.

Spreekwoorden en zegswijzen
• van leugens aaneenhangen (=altijd maar liegen)
Naar de spreekwoorden

2 definities op Encyclo
  1. inerg losjes aan elkaar hangen.
  2. Vlaams voor het Nederlandse woord ` samenspannen`
Toon uitgebreidere definities