aalglad

bijv.naamw.

1) zo glad als een aal, of een paling, glibberig

2) sluw
Voorbeelden:  `Iemand die smoesjes vertelt en zich overal uit weet te praten heet aalglad te zijn.`,
`De aalgladde verkoper smeerde de klant een waardeloos product aan.`


Bron: WikiWoordenboek.

2 definities op Encyclo
  1. (Gezegd van oppervlaktes, zoals een vloer, de zeespiegel of huid) zonder hobbels of rimpelingen met een effen oppervlak; heel erg glad; spekglad; ook: kaal
  2. 1) Geslepen 2) Heel glibberig 3) Spekglad 4) Uiterst glad 5) Zeer glibberig 6) Zeer slim 7) Zeer sluw
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 77% van de Nederlanders en 79% van de Vlamingen het woord `aalglad`.