4 definities op Encyclo
  • [Let op: Spelling en uitleg uit 1890] godsdienstige sekte, zo genoemd naar Macedonius, patriarch van Constantinopel, 4e eeuw. Zij ontkenden de godheid van den Heiligen Geest, en beweerden, dat het wezen van den Zoon hetzelfde is als dat van den Vader.
  • 1) Volk uit de oudheid 2) Volk in Europa 3) Oud-Grieks volk
  • Grieks volk aan de noordwestelijke kust van de Egeïsche Zee, dat door de andere Grieken niet tot de Hellenen gerekend werd. Het volk kende zijn grootste bloei onder Filippos II, 359-336 v.C., wiens veroveringen zich over het hele Balkanschiereiland uitstrekten, en zijn zoon Alexander de Grote, 336-323 v.C., ...
  • Grieks volk aan de noordwestelijke kust van de Egeïsche Zee, dat door de andere Grieken niet tot de Hellenen gerekend werd. Het volk kende zijn grootste bloei onder Filippos II, 359-336 v.C., wiens veroveringen zich over het hele Balkanschiereiland uitstrekten, en zijn zoon Alexander de Grote, 336-323 v.C., ...
Toon uitgebreidere definities

Op andere websites
Zoek Macedoniërs in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek Macedoniërs op Google
Zoek Macedoniërs op Woordenlijst.org
Zoek Macedoniërs in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek Macedoniërs op Wikipedia