KOOTER als dialectwoord
kater (Hoeselts)   klein kind (Tilburgs)  

3 definities op Encyclo
  • (Bargoens, 1914) kind
  • [Let op: Spelling en uitleg uit 1890] (Bargoens), klein kind.
  • [Bargoens, boeventaal] kind. De kooters zijn naar school.
Toon uitgebreidere definities

Op andere websites
Zoek KOOTER in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek KOOTER op Google
Zoek KOOTER op Woordenlijst.org
Zoek KOOTER in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek KOOTER op Wikipedia