Ia de Japanner

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ja'pɑnər]
Verbuigingen:  Japanner|s (meerv.)

Ib de Japan|se

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ja'pɑn|sə]
Verbuigingen:  Japanse|n (meerv.)

iemand met de Japanse nationaliteit
Voorbeeld:  `Overal komen toeristenbussen vol Japanners.`


II de Japanner

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ja'pɑnər]
Verbuigingen:  Japanner|s (meerv.)

1) restaurant met uitsluitend Japanse gerechten
Voorbeeld:  `sushi eten bij de Japanner`

2) auto van een Japans merk
Voorbeeld:  `Ik rijd al jaren met veel plezier in een Japanner.`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. •persoon die de Japanse nationaliteit heeft.
  2. 1) Aziaat 2) Bewoner van Japan 3) Inwoner van azië 4) Jap 5) Kruiwagen met een halfronde bak 6) Kruiwagen met halfronde bak 7) Oosterling
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met Japanner:
Japanners

Deze woorden eindigen op Japanner:
zakjapanner

Herkomst volgens etymologiebank.nl
japanner

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `Japanner`.