I de Italiaan

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [itɑl'jan]
Verbuigingen:  Itali|anen (meerv.)

restaurant waar je Italiaanse gerechten kunt eten
Voorbeeld:  `Vanavond gaan we uit eten bij een luxe Italiaan.`


IIa de Italiaan

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [itɑl'jan]
Verbuigingen:  Itali|anen (meerv.)

IIb de Italiaan|se

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [itɑl'jan|sə]
Verbuigingen:  Italiaanse|n (meerv.)

iemand met de Italiaanse nationaliteit
Voorbeeld:  `Er wonen veel Italianen in Nederland.`

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
(Een) Italiaanse: (Een) Mag het lidwoord een weggelaten worden in Zij is een Italiaanse?

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (...anen), inboorling van Italië ~SCH, [bijvoegelijk naamwoord] van-, uit Italië. ~SCHE, v. vrouw -, meisje uit Italië.
  2. •mannelijke persoon die uit Italië komt. •kort voor Italiaans restaurant. (+audio)
  3. 1) Bewoner van italië 2) Bewoner van Zuid-Europa 3) Europeaan 4) Inwoner van een romaans land 5) Inwoner van europa 6) Inwoner van Italië 7) Populier 8) Romein 9) Sardi...
  4. iemand met de Italiaanse nationaliteit; iemand die behoort tot het Italiaanse volk; iemand die afkomstig is uit Italië; inwoner van Italië In het meervoud ook in toepas...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met Italiaan:
ItaliaansItaliaanse