Biester als dialectwoord
Lelijk (Giethoorns)   Lelijk, in de war zijn, het is slecht weer (Giethoorns)   bijster (Westerkwartiers)   lelijk, b.v. het weer, kleding (Giethoorns)   Druk (Twents)  

1 definitie op Encyclo
  • [Let op: Spelling en uitleg uit 1890] roetzwart als waterverf bereid.
Toon uitgebreidere definities

Op andere websites
Zoek Biester in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek Biester op Google
Zoek Biester op Woordenlijst.org
Zoek Biester in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek Biester op Wikipedia