219 betekenissen bevatten `kan`
- het is beter een andermans hemd dan geen (=wat men niet heeft kan men desnoods nog altijd lenen)
- goed begonnen is half gewonnen (=wat niet aangevangen wordt komt ook nooit af. / Wanneer het begin van iets goed is, is de kans groter dat het goed eindigt)
- het in tienen geven (=wedden dat de aangesprokene het niet kan)
- tegen elf ogen dobbelen (=weinig kans hebben)
- werken zolang het dag is (=werken zo lang iemand kan)
- wie luistert aan de wand verneemt zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
- die wel doet, wel ontmoet. (=wie anderen goed behandelt, kan zelf goede behandeling verwachten.)
- wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in (=wie een ander iets wil misdoen, kan er zelf het slachtoffer van worden)
- eerst in de boot keur van de riemen (=wie eerst komt, kan eerst kiezen)
- wie goed doet, goed ontmoet (=wie goede dingen doet voor andere mensen kan soms ook goede dingen terug verwachten)
- vlugge eters zijn vlugge werkers. (=wie snel kan eten, kan ook snel werken.)
- rap met de tanden, is rap met de handen. (=wie snel kan eten, kan snel werken.)
- wie het lang heeft laat het lang hangen (=wie veel geld heeft, kan ook veel geld uitgeven)
- een Pyrrhusoverwinning behalen (=winnen wat zoveel heeft gekost dat je de volgende ronde niet meer aan kan)
- haastige spoed is zelden goed (=zaken in te hoog tempo afwerken vergroot de kans op fouten)
- wat van apen komt wil luizen (wat van katten komt wil muizen) (=zijn afkomst kan men niet verloochenen)
- je naadje naaien (=zijn kans waarnemen, zijn aard volgen)
- zo ziet men weer hoe een dubbeltje rollen kan (=zo zie je maar hoe het kan gaan)
- geen kip meer kunnen zeggen (=zoveel hebben gegeten dat je niets meer kan eten. Volkomen verzadigd)
50 dialectgezegden bevatten `kan`
- da kan mich geen fleet sjaele (=dat interesseert me helemaal niet) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kan mich geen zier sjille (=dat maakt me helemaal niets uit) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kan mich gene bal sjille (=dat interesseert me helemaal niet) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kan mich gestoële wiëne (=ik geef er niet om) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kan mich nie boemme (='t kan me niets schelen) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kan mich nie sjaele (=dat laat me onverschillig) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kan mich nie sjaele (boeme) (=dat trek ik me niet aan) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kan mich nie sjille (=dat kan me niet schelen) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kan mich nie sjille (boemme) (=dat belangt me niet aan) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kan mich niks sjaele / boemme (=ik zit er niet mee in) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kan mij gen kneit schille (=dat deert mij niet) (Geels)
- da kan mij nie schillen (=dat raakt mij niet) (Moes)
- da kan mijn bruinen nie trekken (=dat is te duur) (Zottegems)
- Da kan mijne broane ni trekke (=Dat is te duur) (Herentals)
- da kan mijne bruinn die trekn (=dat is te duur) (Kaprijks)
- Da kan mijnen bruinen ni trekken (=Ik kan dat niet betalen) (Bambrugs)
- da kan mijnen bruinen nie trekken (=dat kan ik niet betalen) (Aspers)
- Da kan sin Eigen Skoenen nie Andoen (=hij kent er niks van) (kortrijks)
- da kan telln (=dat is niet mis) (Kortemarks)
- da kan wel un kwasje gebruike (=dat moet nodig geverfd worden) (Oudenbosch)
- da kan zannen brooënj nie trekken (=Hij heeft geen geld genoeg daarvoor) (Ninoofs)
- da kan zènnen bruin'n ni trekken (=dat kan hij niet betalen) (Meers)
- Da kannekik ni (=Dat kan ik niet) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- da kannet daoglich nie verdraoge (=dat kan beter niet ontdekt worden) (Bilzers)
- da kannie nie lije (=dat kan hij niet uitstaan) (Oudenbosch)
- Da keije naarugus meer kriege (=Dat kan je nergens kopen) (Flakkees)
- Da ken hendig (=Dat kan makkelijk) (Eindhovens)
- Da ken m'n reet roestuh (=Het kan me niet schelen) (Alfus)
- da ken nie... (=dat kan niet...) (Rotterdams)
- da kende noeit ni groin (=dat kan je nooit raden) (Buggenhouts)
- Dâ kennie (=Dat kan niet) (Alfus)
- Da kennie / Da kannie. (=Dat kan niet.) (Dordts)
- Da kennie. (=Het kan niet.) (Rotterdams)
- da koejnde gèè oech ni parremetijre (=dat kan jij je niet veroorloven) (Wommersoms)
- da kom goe fa pas (=dat kan ik goed gebruiken) (Sint-Niklaas)
- Da mesan nie. / Gieën mesant! (=Dat kan geen kwaad.) (Evergems)
- da rok mën kaa kleer nie! (=dat kan me niet schelen) (Munsterbilzen - Minsters)
- da stikmech men oogen aut (=ik kan er niet aan weerstaan) (Bilzers)
- da witte nie, kunde nie wete (=dat kan niemand weten) (Brabants)
- da wort val mè nie te binnen (=ik kan op dat woord niet komen) (Sint-Niklaas)
- da ze schaite lupt (=ze kan de pot op) (Dendermonds)
- Da's mich prêl
da kan mich nie boemme
das mich glijk (=Dat is mij om het even) (Bilzers)
- da's mij 'n roadsel (=ik weet niet hoe dat kan) (Westerkwartiers)
- da's niet rendoabel (=dat kan niet uit) (Westerkwartiers)
- da's slim twievelachteg (=dat kan nog lang niet zeker) (Westerkwartiers)
- da's tweeziedeg (=dat kan beide kanten uit) (Westerkwartiers)
- da's zo kloar as 'n klondje (=dat is zo duidelijk als maar kan) (Westerkwartiers)
- Da's zwoerder as m'ne portemonnei (=Dat kan ik niet betalen) (Bilzers)
- da' s zo kloar as wat (=dat is zo duidelijk als maar kan) (Westerkwartiers)
- daaj ès zoe sjérp as ën nël en ze terbij ook nog goed naeë (=ze is zo scherp als een naald en kan goed sexen) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen