1.klaren, helder worden (Te) Voorbeeld: ‘Het eendlijk wolkgeweld viel stukgewijs uiteen en nieuwe kracht stak op in een uitgeklaard veld van gesmolten goud met mengeling van roze en geel in strepen’
[Let op: Spelling en uitleg uit 1890] (Handel), de nodige verklaringen doen van de lading van een schip, bij het vertrek, ter betaling van de daarvoor verschuldigde rechten.
echt Nederlandsche handelswoorden (1914):aangifte doen bij den fiscus van naar 't buitenland vertrekkende schepen en van de goederen erin.
1) Ophelderen
de douaneformaliteiten bij het verlaten van een land vervullen.