tout als dialectwoord
• appeltaart (Tiens) Spreekwoorden en zegswijzen
• een hond is s
tout op zijn eigen dam.
(=op bekend terrein durf je meer)• de s
toute schoenen aantrekken.
(=een uitdaging aangaan)• de s
toute schoenen aantrekken
(=iets doen wat moed vergt. (`stout` in de oude betekenis van `dapper`))Naar de spreekwoorden4 definities op Encyclo
- Let op: Spelling van 1858 Fr., alles, het geheel; tout-à-fait, geheel en al; tout de même, juist zoo; eveneens; tout de suite, zoo dadelijk, oogenblikkelijk; tout au plus, uiterlijk, ten hoogste; tout beau, zacht wat! zachtjes! enz
- [Vergeten woorden] (bn.) onvast, wankel [~ touter, touteren, tilten]
- Drugsjargon voor: iemand die drugskopers in contact brengt met verkopers
- geheel (toon de herkomst via de etymologiebank)
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden eindigen op tout:
•
passe-partout•
stoutHerkomst volgens etymologiebank.nl
tout (geheel)Op andere websites
Zoek tout in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek tout op
Google
Zoek tout op
Woordenlijst.org
Zoek tout in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek tout op
Wikipedia