• je kaken roeren. (=goed eten of praten.) • goed je mondje kunnen roeren (=er goed voor zorgen dat je mening wordt gehoord) • geen vin verroeren (=heel stil zonder beweging zijn) • een tere snaar aanroeren (=spreken over iets waar men beter niet over had gesproken) • die snaar moet men niet aanroeren (=daarover moet niet gesproken worden) Toon alle 7 spreekwoorden die roere bevatten