prozaïsch

bijv.naamw.
Uitspraak:  [pro'zais]

gewoon, helemaal niet bijzonder
Voorbeelden:  `Er is een prozaïsch verklaring voor het feit dat de grafologie als wetenschap nauwelijks meer beoefend wordt: mensen schrijven haast niet meer.`,
`De nieuwe polder Urkerland kreeg uiteindelijk de prozaïsche naam Noordoostpolder.`
Antoniemen:  verheven, poëtisch
Synoniemen:  alledaags, nuchter

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
nuchter zakelijk

Taaladvies
Welke schrijfwijze is correct, prozaïsch of prozaisch? Zie prozaïsch / prozaisch

2 definities op Encyclo
  • niet-verheven Jaar van herkomst: 1790 (WNT )
  • 1) Alledaags 2) Eentonig 3) In de taal van het gewone leven 4) In proza 5) Niet romantisch 6) Niet verheven 7) Nuchter 8) Ondichterlijk 9) Plat 10) Zakelijk
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    prozaïsch (niet-verheven)