de ingenieur

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ɪnxeniˈjør, ɪnʒe'ɲør]
Verbuigingen:  ingenieur|s (meerv.)

iemand die afgestudeerd is aan een technische universiteit of hogeschool
Voorbeeld:  `bouwkundig ingenieur`
industrieel ingenieur  (ingenieur die opgeleid is aan een industriële hogeschool)

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
Scheikundig(e) ingenieurs: Wat is het meervoud van scheikundig ingenieur: scheikundig ingenieurs of scheikundige ingenieurs?

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 Fr., krijgs- of vestingbouwkundige: ingeniëur van den waterstaat, bouwkundig opzigter over de wateren, rivieren, bruggen en wegen Ingeniëus, i...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), bouwkundige, vesting-, krijgs-, waterbouwkundige; burgerlijk of civiel -; - van den waterstaat, (belast met het toezigt over d...
  3. wie is afgestudeerd aan een technische hogeschool vb: hij is ingenieur bij een groot bouwbedrijf
  4. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Ingenieur``] Korps ingenieurs. Zie Genie
  5. •een hogergeschoold persoon die wetenschappelijke kennis gebruikt om allerhande techniek
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met ingenieur:
ingenieursingenieursbureauingenieursbureaus

Herkomst volgens etymologiebank.nl
ingenieur (wetenschappelijk gevormd technicus)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `ingenieur`.