de groenstrook

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['xrunstrok]
Verbuigingen:  groen|stroken (meerv.)

stuk grond met begroeiing tussen huizen of langs wegen
Voorbeelden:  `De bewoners willen de groenstrook in hun straat behouden.`,
`de langgerekte groenstrook langs de doorgaande weg`,
`de openbare groenstrook gebruiken om je hond te laten plassen en poepen`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. Def.: de oppervlakte van de groenstrook die op de vrijvervalleiding loost
  2. 1) Begroeid gedeelte in een stad 2) Beplant stuk grond langs bebouwd gebied 3) Smal stuk beplanting 4) Strookvormige beplanting 5) Wegberm
Toon uitgebreidere definities