de casus

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['kazʏs]
Verbuigingen:  casus|sen (meerv.)

geval, gebeurtenis, vooral als voorbeeld om te bestuderen of om van te leren
Voorbeelden:  `een casus uit de praktijk`,
`een leerzame casus behandelen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
geval kwestie

Taaladvies
Casussen / casus: Is casussen de correcte meervoudsvorm van casus?

11 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 toeval, gebeurtenis; ook, in de spraakkunst, de veranderingen der naamwoorden, om hare onderscheidene betrekkingen uit te drukken. Casus reserva...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [in de taalkunde of spraakkunst] ) geval, naamval; een - criticus, een zwaarwigtig geval.
  3. Ziektegeval..
  4. • [taalkunde] een naamval. •praktijkvoorbeeld(en), vooral gebruikt in wetenschappelijke uitleg en cursussen.
  5. 1) Affaire 2) Geval 3) Kwestie 4) Naamval 5) Taalkundige term 6) Toeval 7) Val 8) Verbuigingsvorm 9) Zaak 10) Zaak, latijn
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met casus:
casussen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
casus (geval; naamval)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 92% van de Vlamingen het woord `casus`.