Hanze als dialectwoord
gans (Waregems)   gans (Zeeuws)  

14 definities op Encyclo
  • Afkorting van Hanzehogeschool; spreektaal.
  • [geschiedenis middeleeuwen] Bond van voornamelijk Noord-Duitse en Baltische handelssteden (Lübeck, Riga). Maar ook Oost-Nederlandse steden (Kampen, Deventer) maakten er deel van uit. De Hanze bezat in de veertiende eeuw een grote economische en zelfs politieke macht. Zie ook kogge.
  • [Vergeten woorden] (v.) 1) heerschare, groep krijgers 2) verbond 3) groep, menigte [= Hanze ‘bond van Noord- en West-Europese handelssteden’, in henzen ‘opnemen in de groep’, mogelijk ~ ge- ‘volledig, samen’]
  • = bende, schare. Belangenvereniging in 11de E van handelaren in Oostzeegebied met koggeschepen, daarna in 14de E stedenverbond met monopolie op Oostzeehandel in 15de E. Vanaf 16de E : aftakeling.
  • 1) Koopmansvereniging 2) Historisch handelsverbod 3) Historisch handelsverbond 4) Historisch handelsverdrag 5) Voormalig handelsverbond 6) Club van zakenlieden 7) Verbond van handelssteden 8) Verbond van havensteden 9) Koopmansgilde 10) Koopmansglide 11) Bond van handelssteden 12) middeleeuws koopmansverbond
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met Hanze:
hanzeaathanzeatischHanzestad

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hanze (koopmansgilde)

Op andere websites
Zoek Hanze in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek Hanze op Google
Zoek Hanze op Woordenlijst.org
Zoek Hanze in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek Hanze op Wikipedia