Doorverwezen van ware > waar Toon zonder doorverwijzing

I de waar

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [war]
Verbuigingen:  waren (meerv.)

goederen om te verkopen commerce
Voorbeelden:  `warenhuis`,
`handelswaar`
Synoniem:  koopwaar
waar voor je geld krijgen  (goede kwaliteit krijgen voor wat je betaalt)


II waar

bijv.naamw.
Uitspraak:  [war]

(van iets wat je zegt of denkt) zoals het in werkelijkheid is
Voorbeelden:  `Is het waar dat je spinazie niet mag opwarmen?`,
`Pas later begreep hij de ware reden van haar bezoek.`
Antoniem:  onwaar
Synoniem:  echt


III waar

bijwoord
Uitspraak:  [war]

op welke plaats?
Voorbeelden:  `Waar zullen we afspreken?`,
`Ik weet niet waar mijn sleutels zijn.`


IV waar

conjunction
Uitspraak:  [war]

<als uitdrukking van een lichte tegenstelling>
Voorbeeld:  `Het aantal verkochte laptops bedraagt 16 miljoen stuks, waar het vorig jaar nog 11 miljoen was.`
Synoniem:  terwijl

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
artikelen authentiek belang betekenis daar waar dingen echt effectief eigenlijk goederen goedje handel handelswaar heus juist klandizie kloppend koophand koophandel koopwaar merite metterdaad nering nut precies reëel spullen terwijl uitgerekend verdienste voorwerpen waarachtig warempel waren werkelijk zaakjes zaken zin onwaar (antoniem)vals (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• weten waar petrus de sleutel had (=op de hoogte zijn van wat niet iedereen weet)
• weten waar men aan toe is (=weten wat men te verwachten heeft)
• weten waar het schoentje knelt/wringt (=weten waar het probleem zit)
• weten waar de schoen wringt (=weten waar het probleem zit)
• weten waar Abraham de mosterd haalt. (=weten hoe iets in zijn werk gaat; dingen goed snappen.)
Toon alle 34 spreekwoorden die waar bevatten

Taaladvies
Niets is minder waar: Diëten is afzien. Niets is minder waar. Is de bewering diëten is afzien dan waar of onwaar?

Intensiveringen
Uitdrukkingen die waar betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
met je eigen ogen zien;

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijwoord] ter plaatse; op welke plaats? ~AAN, [bijwoord] aan wien, - wie, - wat. ~ACHTER, [bijwoord] achter wien, - wie, - wat; na het...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] niet valsch, echt; geen logen, zeker. ~, v. (waren), koopmansgoed, handelsartikel; [figuurlijk] ...
  3. •"Vragend": op welke plaats? •"Betrekkelijk" op welke plaats •als locatief deel van een ;Voornaamwoordelijk bijwoord
  4. spullen die je te koop aanbiedt vb: de marktkoopman stalde zijn waren uit goede waar verkoopt zichzelf [wat goed is, heeft geen aanbeveling nodig] alle waar is naar zijn ...
  5. op welke plaats vb: waar woon je?
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met waar:
waar rondwaaraanwaarachterwaarachtigwaarachtigheidwaarbijwaarbinnenwaarborgwaarborgdewaarborgdenwaarborgenwaarborgfondswaarborgfondsenwaarborgtwaarbovenwaarbuitenwaardwaardewaardeanalysewaardebepaling
Toon alle woorden die beginnen met waar

Deze woorden eindigen op waar:
bewaarbezwaargewetensbezwaarhandelswaarkoopwaarmaak waarsmokkelwaarneem waargrutterswaarpapierwaarnietwaaralwaarvleeswaarontwaaronwaarvoorwaargewaarrookwaaretenswaartopzwaar
Toon alle woorden die eindigen op waar

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. waar (echt)
  2. waar (koopwaar)
  3. waar (op welke plaats)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `waar` kennen.