Doorverwezen van versoepel > versoepelen Toon zonder doorverwijzing

versoepelen

werkw.
Uitspraak:  [vər'supələ(n)]
Vervoegingen:  versoepelde (verl.tijd enkelv.) Toon alle vervoegingen

1) soepel (1) maken of worden
Vervoegingen:  heeft, is versoepeld (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `door massage verstijfde beenspieren versoepelen`,
`Door deze oefeningen versoepelen je heupen.`

2) minder streng maken of toepassen
Vervoegingen:  heeft versoepeld (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `het ontslagrecht versoepelen`,
`De banken versoepelen de kredietnormen voor bedrijven.`,
`voorwaarden versoepelen`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Flexibiliseren 2) Losser toepassen 3) Minder streng 4) Minder streng toepassen 5) Minder streng maken
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `versoepelen` kennen.