Doorverwezen van uitlachte > uitlachen Toon zonder doorverwijzing

uitlachen

werkw.
Uitspraak:  ['œytlɑxə(n)]
Vervoegingen:  lachte uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgelachen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

op een vervelende manier om iemand lachen
Voorbeelden:  `je klasgenoot uitlachen als die iets stoms gezegd heeft`,
`Hij lachte niet om me, maar hij lachte me uit.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bespotten uitjouwen

Intensiveringen
Hoe kun je uitlachen krachtiger uitdrukken?
in zijn gezicht uitlachen; vierkant uitlachen;

3 definities op Encyclo
  1. • [ov] door lachen bespotten. (+audio)
  2. spottend om iemand lachen vb: iedereen lachte hem uit toen hij een rok ging dragen
  3. 1) Belachelijk maken 2) Bespotten 3) Irrideren 4) Uitjouwen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `uitlachen` kennen.