Doorverwezen van tuinen > tuin Toon zonder doorverwijzing

de tuin

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [tœyn]
Verbuigingen:  tuin|en (meerv.)

stuk grond, meestal bij een huis, waar bloemen, planten en bomen groeien
Voorbeelden:  `kruidentuin`,
`botanische tuin`
iemand om de tuin leiden  (iemand misleiden)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
achtertuin gaard hof lustoord tuinbouwer

Spreekwoorden en zegswijzen
• wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet. (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen.)
• iemand om de tuin leiden (=iemand beetnemen of bedriegen)
• de kap op de tuin werpen (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
Naar de spreekwoorden

14 definities op Encyclo
  1. Door mensen aangelegde gebruiks- en-of sierpercelen in verschillende vormen: er zijn b.v. siertuinen met gazon, moestuinen met groente- en fruitplanten, bloemenperken en ...
  2. omheining
  3. symbool dat staat voor een aangename verblijfplaats, denk aan de paradijstuin, de tuin van Eden. In de symboliek der alchemisten was de tuin een paradijs dat slechts door...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [bijvoorbeeld] ), (-en), hof, lusthof, uitspanningsplaats (met bomen beplant, van bloemen voorzien enz.); heining, afperking, omtuin...
  5. • [landbouw] een omheind stuk grond waar bloemen gekweekt of groenten geteeld worden.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met tuin:
tuin intuinbonentuinboontuinbouwtuinbouwertuinbouwkundetuinbouwscholentuinbouwschooltuinbroektuinbroekentuindetuindentuindertuinderstuindeurtuindeurentuinentuinfeesttuinfluitertuinfluiters
Toon alle woorden die beginnen met tuin

Deze woorden eindigen op tuin:
achtertuindierentuinfortuingroentetuinkruidentuinmoestuinpeutertuinkinderspeeltuintheetuinproeftuinpleziertuinlusttuinspeeltuinvolkstuinvoortuinknollentuinrotstuin
Toon alle woorden die eindigen op tuin

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tuin (gaarde)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `tuin`.