Doorverwezen van terg > tergen Toon zonder doorverwijzing

tergen

werkw.
Uitspraak:  [ˈtɛrgə(n)]
Vervoegingen:  tergde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft getergd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

iemand zó gemeen plagen dat hij of zij boos wordt
Synoniemen:  treiteren, sarren, tarten,

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
jennen koeioneren kwellen narren pesten plagen provoceren sarren stangen tarten treiteren uitdagen zieken

5 definities op Encyclo
  1. hem steeds weer gemeen plagen vb: ze hebben de meester zo getergd dat hij ontslag nam Synoniemen: jennen sarren treiteren
  2. • [ov] iemands geduld op de proef stellen door hem te irriteren. • tweede betekenisomschrijving • enz.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik tergde, heb getergd), iets doen om een ander te plagen, sarren, verbitteren, iemands toorn ...
  4. 1) Boos maken 2) Boosmaken 3) Fel plagen 4) Greten 5) Heftiger maken 6) Hinderen 7) Iemand doen watertanden 8) Jennen 9) Kissen 10) Koeioneren 11) Kwellen 12) Kwetsen 13)...
  5. kwellen Jaar van herkomst: 1477 (Teuth. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met tergen:
tergend

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tergen (sarren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `tergen`.