Doorverwezen van surft > surfen Toon zonder doorverwijzing

surfen

werkw.
Uitspraak:  [ˈsʏrfə(n)]
Vervoegingen:  surfte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesurft (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) op een surfplank over de branding bewegen sport

2) zeilen op een grote plank met een mast en een zeil
Synoniemen:  windsurfen, plankzeilen

3) zoeken op internet sport
Voorbeeld:  `Als je even surft op internet, dan vind je het zo.`
Synoniem:  internetten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
internetten plankzeilen watersport

19 definities op Encyclo
  1. Het verkennen van het Internet. De uitdrukking wordt gebruikt door newbies om het ongerichte zoeken aan te duiden. Meestal gebeurd dit door een browser, een matafoor van ...
  2. Populaire term voor het afstruinen van het WWW.
  3. Het World Wide Web aflopen, van de ene site naar de andere, vaak gewoon maar om rond te kijken.
  4. Zie: Navigeren
  5. Sites bekijken en-of zoeken op het World Wide Web
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met surfen:
surfen mee

Deze woorden eindigen op surfen:
boardsurfenbodysurfenbumpersurfencouchsurfencrowdsurfenegosurfengolfsurfenijssurfenkitesurfenmeesurfenmindsurfennetsurfenskysurfensneeuwsurfensofasurfenspeedsurfenwebsurfenwindsurfenzandsurfen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
surfen (op een plank zeilen door de golven; informatie zoeken op het internet)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `surfen`.