Doorverwezen van snowboardde > snowboarden Toon zonder doorverwijzing

snowboarden

werkw.
Uitspraak:  ['snobɔ:rdə(n)]
Vervoegingen:  snowboardde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesnowboard (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

op een snowboard van een berg met sneeuw naar beneden glijden
Voorbeeld:  `Wat doe je het liefst: skiën of snowboarden?`

© Kernerman Dictionaries.

5 definities op Encyclo
  1. [Nederlands] Op een plank van een besneeuwde berg naar beneden glijden
  2. 1) Sneeuwsurfen 2) Sport 3) Surfen op sneeuw 4) Tak van de wintersport 5) Wintersport 6) Zekere sport beoefenen
  3. Op een ovaalvormig bord van een helling afglijden. Zie ook wintersport items
  4. Snowboarden is een sport waarbij men op een board met vastgemaakte schoenen afdaalt van een besneeuwde berghelling of piste. De sport snowboarden is afgeleid van het gol...
  5. op een plank van een besneeuwde helling af glijden Jaar van herkomst: 1989 (Peptalk )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
snowboarden (op een plank van een besneeuwde helling af glijden)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `snowboarden`.