Doorverwezen van snoei > snoeien Toon zonder doorverwijzing

snoeien

werkw.
Uitspraak:  [ˈsnujə(n)]
Vervoegingen:  snoeide (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesnoeid (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

takken van een boom of struik afsnijden

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afsnijden besnoeien bezuinigen inkorten knippen korten trimmen uitdunnen

Intensiveringen
Hoe kun je met snoeien een ander begrip versterken?
snoeihard; snoeigoed;

7 definities op Encyclo
  1. de takken korter maken vb: in de winter snoeien we deze bomen ergens in snoeien [erop bezuinigen]
  2. Het selectieve terugsnijden van houtige planten. Het bewerken met snoeischaar of snoeizaag van een boom. Het afknippen van takken bij bomen en heesters. Steenfruit (Prunu...
  3. • [ov] planten terugbrengen op gewenste lengte.
  4. 1) Afknotten van bomen 2) Afsnijden 3) Afsnijden van struiken 4) Bekappen 5) Besnoeien 6) Bezuinigen 7) Bloemen inkorten 8) Bomen of heesters inkorten 9) Couperen 10) Ink...
  5. Snoeien is het verwijderen van delen van planten. Het kan hierbij gaan om kruidachtige delen bij kruidachtige planten, druiven alsook houtige delen bij struiken en bomen...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op snoeien:
besnoeien

Herkomst volgens etymologiebank.nl
snoeien (inkorten)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `snoeien` kennen.