Doorverwezen van snauwt > snauwen Toon zonder doorverwijzing

snauwen

werkw.
Uitspraak:  [ˈsnɑuwə(n)]
Vervoegingen:  snauwde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesnauwd (volt.deelw.)

boos en kortaf praten (tegen iemand)
Voorbeeld:  `Ze snauwde tegen me dat ik een rotvent ben.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afbekken afblaffen afsnauwen bitsen grauwen toebijten toesnauwen

Taaladvies
  1. Een echte beëlzebub (`iemand die iedereen afsnauwt`) is een eigennaam die gebruikt wordt om mensen mee te karakteriseren. Schrijf je deze naam met een hoofdletter of kleine letter? Zie een echte beëlzebub
  2. Waar komt kortaangebonden zijn vandaan? Zie Kortaangebonden zijn


5 definities op Encyclo
  • kortaf en bits zijn, onvriendelijke woorden zeggen vb: hij snauwde: blijf daar van af!
  • 1) Aanbaffen 2) Aansnauwen 3) Afbekken 4) Afblaffen 5) Afkatten 6) Afsnauwen 7) Bassen 8) Bekken 9) Bits reageren 10) Bits spreken 11) Bits toespreken 12) Bitse opmerking...
  • bits spreken Jaar van herkomst: 1477 (MNW )
  • Te gebruiken voor brikken met een bezaan met gaffeltuig, een gaffelzeil, aan een kleine hulpmast vlak achter de grote mast, de druil. Categorie: Vervoermiddelen > brikken...
  • Te gebruiken voor brikken met een bezaan met gaffeltuig, een gaffelzeil, aan een kleine hulpmast vlak achter de grote mast, de druil.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op snauwen:
    afsnauwentoesnauwen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    snauwen (bits spreken)