Doorverwezen van slagers > slager Toon zonder doorverwijzing

de slager

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈslaxər]
Verbuigingen:  slager|s (meerv.)

winkelier die vlees verkoopt

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beul slachter slagerij vleeshouwer

6 definities op Encyclo
  1. iemand die beroepsmatig dieren slacht en verhandelt Jaar van herkomst: 1573 (Plantijn )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), vleeshouwer, vleesverkoper. ~IJ, v. (-en), vleeshouwerswinkel; slagterij.
  3. wie voor zijn beroep vlees verkoopt vb: een slager verkoopt geen kippenvlees een slager eet nooit zijn eigen worst [wat van jezelf is wordt niet op prijs gesteld]
  4. •een verkoper van vlees. •een slachter. •een wreed mens. • [informeel] chirurg.
  5. 1) Ambachtsman 2) Beenhouwer 3) Beestmens 4) Beroep 5) Beul 6) Geenhouder 7) Leverancier 8) Middenstander 9) Onbehouwen chirurg 10) Slachter 11) Slagerij 12) Vakman 13) V...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met slager:
slagerijslagerijenslagersslagersmesslagersvrouw

Deze woorden eindigen op slager:
hondenslagerkoperslagerblikslager

Herkomst volgens etymologiebank.nl
slager (vleesverkoper)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `slager`.