Doorverwezen van schuwde > schuwen Toon zonder doorverwijzing

schuwen

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxywə(n)]
Vervoegingen:  schuwde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschuwd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

ontwijken uit angst of afkeer
Voorbeeld:  `Ik schuw de markt: zoveel mensen die maar lopen te schuifelen.`
(iets) niet schuwen  (bereid zijn eventueel (iets) te doen of te gebruiken) `We zullen de aanval niet schuwen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
mijden ontlopen ontwijken verhoeden vermijden vermijding

Spreekwoorden en zegswijzen
• de regen schuwen en in de sloot vallen (=door iets onaangenaams te ontwijken in nog groter problemen komen)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  1. het uit de weg gaan vb: hij schuwt contacten met mensen
  2. 1) Mijden 2) Ontlopen 3) Ontwijken 4) Uit angst vermijden 5) Uit de weg gaan 6) Uit vrees mijden 7) Verhoeden 8) Vermijden 9) Vermijding 10) Vrezen
  3. bang zijn, vermijden Jaar van herkomst: 1100 (Willeram )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op schuwen:
verafschuwenwaarschuwen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schuwen (vermijden; vrezen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `schuwen`.