risjes

zelfst.naamw.



Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. (Uit `De sociologische structuur onzer taal - De Jodentaal.`, 1914) (riches) van Hebr. risjoes, risjoet: goddeloosheid, slechtheid), (zie Roosje) gebruikelijk in den zin ...
Toon uitgebreidere definities